Kennisleemtes

Uit Wikibeekherstel
Ga naar: navigatie, zoeken

Bij de planvorming voor het ontwerp van een nieuwe inrichting, het toekomstige beheer en de bijbehorende maatregelen blijken er veel kennislacunes te zijn. Deze kennislacunes doen zich met name voor op het terrein van geomorfologische processen. De belangrijkste kenmerken daarvan zijn het patroon (meanderen in het horizontale vlak), de dimensies (het dwarsprofiel) en de dynamiek (stroming van water en transport van zand). Hier worden de belangrijkste kennisleemtes die door de CoP Hermeandering worden gesignaleerd beschreven:

Inhoud

Dwarsprofiel

Gezien de kleine schaal van de (nederlandse) beken in vergelijking met de (nederlandse) rivieren, en het hieruit voortvloeiende grote relatieve belang van bodemgesteldheid en oevers:

  • Op welke wijze kan oeverstabiliteit worden geincorporeerd in de empirische en fysische modellen?
  • Hoe kan voor een 'natuurlijke' bodem met vegetatie, grof hout etc. de stromingsweerstand geschat worden?

De consequenties van deze onzekerheden zijn niet gering, want ze vertalen zich direct door in de praktische vraag hoe het dwarsprofiel moet worden vormgegeven, dat is:

  • Hoe breed en diep moet mijn beek worden om in (dynamisch) evenwicht te zijn met de lokale omstandigheden en vigerende randvoorwaarden.


Streefbeelden

Welk streefbeeld moet worden gebruikt? Uit o.a. een door Alterra georganiseerde CoP dag is gebleken dat 'natuurlijkheid' een illusie is in NL. beken. Niet alleen de morfologie is aangetast, maar ook de afvoer en sedimentologie. De 'oorspronkelijke' beken kunnen dus niet meer terugkeren zonder (voor de mens) negatieve effecten op de waterhuishouding. Ook is het nog maar de vraag in hoeverre de vroegere NL beken feitelijk actief meanderen. Uit onderzoek van o.a. Kuenen (vooroorlogs) en Gilbert Maas (recent) blijkt dat vele Drentse beken feitelijk altijd stabiel zijn geweest. Is de sinuositeit slechts éénmalig gevormd of vastgelegd tijdens het vroeg-Holoceen? Dat zou goed kunnen. Overigens is dit geen argument om te herstellen beken niet sinueus aan te leggen. Maar misschien moeten we ophouden om het werkwoord (!) meanderen te blijven gebruiken (of misschien aanpassen: meanderen door de mens in plaats van door het water zelf!)


Sinuositeit

Hoe dan ook, ook relatief stabiele, niet actief meanderende beken kennen een bepaalde sinuositeit. Hoe moet deze voorspeld worden? Vanuit de literatuur is weinig zinnigs te vinden. Wat er nog het meest in de buurt komt is het d.m.v. afvoer en sedimentaanvoer voorspellen van een evenwichtsverval, wat in combinatie met valleiverval een sinuositeit oplevert. Er zijn echter weinig tot geen gegevens over sedimentaanvoer, en ook zijn er vele andere factoren die deze klassieke verklaring verstoren. Hier is echter weinig operationele kennis over.


Compatibiliteit van doelen

In de praktijk worden beekherstel- en hermeanderingsprojecten niet ingezet vanwege hermeandering as such, maar voor andere doelen: ecologie en waterkwaliteit (via de KRW) en waterhuishouding (via Waterbeheer 21 eeuw). De vraag is echter in hoeverre deze doelen elkaar bijten. Ten behoeve van ecologische doelen kan bijvoorbeeld een bepaalde dwarsdoorsnede vereist worden die op zijn buurt een ongunstig effect op de waterhuishouding heeft. Of vice-versa. Er is weinig tot geen structureel werk verricht om tot meer inzicht te komen hoe de verschillende beekhersteldoelen zich onderling en tot hydrogeomorfologische beekattributen verhouden.

Deze kwestie kan benaderd worden vanuit het perspectief van risicobeheersing of vanuit kostenefficientie. Aan de ene kant zou door middel van kennis en onderzoek kunnen worden voorkomen dat beekherstelprojecten ongewenste bijeffecten hebben. Aan de andere kant kan gezocht worden naar de meest eenvoudige (lees: goedkope) wijze waarom KRW/WB21 doelen gehaald kunnen worden (of niet: en dan kan beekherstel eventueel volledig achterwege blijven)

Gerelateerde dokumenten

Persoonlijke instellingen