Nederlandse literatuur

Uit Wikibeekherstel
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Inleiding

Hier volgt een overzicht van belangrijke Nederlandse raamwerken en handboeken voor beekherstel. Er is weinig literatuur die specifiek gaat over hermeanderen van beken. Onderstaande lijst is gebaseerd op Nederlandse literatuur over beekherstel.


Handboeken

Verdonschot et al. (1995): Beken Stromen

In 1995 verscheen het gezaghebbend rapport Beken Stromen. Deze leidraad voor ecologisch beekherstel was het resultaat van een subgroep van de Werkgroep Ecologisch Waterbeheer. Beekherstel betekent voor de subgroep het verhogen van de ecologische waarden van een beeksysteem door het beinvloeden van het ecologisch functioneren. Het raamwerk wat in Beken Stromen wordt gehanteerd is het zogenaamde 5-S model: Systeemvoorwaarden, Stroming, Structuren, Stoffen en Soorten. In het rapport wordt een leidraad gegeven voor beekherstelprojecten:

  1. Beken Stromen
  2. Behoud van wat reeds systeemeigen en waardevol is gaat voor herstel en herstel gaat voor nieuw ontwikkelen
  3. Maak de argumenten voor de keuze van de te herstellen beek duidelijk
  4. Pak bij voorkeur oorzaken aan, niet of in veel mindere mate effecten.
  5. Zoek altijd naar gebiedseigen en duurzame oplossingen.
  6. Zorg voor goed overleg en kom met een ecologische visie.
  7. Gebruik de hiërarchie in factoren bij prioritering en keuze van maatregelen.
  8. Beekherstel is niet terug gaan naar het verleden maar vooruit denken in de toekomst.

Referentie: Verdonschot et al. (1995): Beken Stromen - het 5-S Model


Laseroms (1996): Ecologisch Beekherstel

Dit rapport betreft een uitwerking van "Beken Stromen" voor de toenmalige Landinrichtingsdienst. In dit rapport wordt kort en bondig besproken wat de doelstellingen van ecologisch beekherstel zijn en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Daarnaast wordt een matrix gepresenteerd waarin de effecten van beekherstelmaatregelen op het gehele beeksysteem (op de voorwaarden) worden beschreven. Hiermee kunnen beekherstelmaatregelen onderling worden vergeleken als hulpmiddel voor de te treffen maatregelen. Gesteld wordt dat indien men nastreeft het gehele beeksysteem te verbeteren de resultaten duurzaam zullen zijn en de meer structurele maatregelen de beste resultaten zullen hebben. Hierbij valt te denken aan beperlken van water onttrekkingen, verwijderen van drainage, beperken van bemesting en het (laten) ontwikkelen van inundatiezones. Belangrijkste systeemkarakteristieken waarmee men rekening dient te houden bij het ontwerpen van meer natuurlijke beken zijn de verhouding tussen breedte en diepte (b/d-ratio) en de sinuositeit. Indien te veel van de sinuositeit en de b/d-ratio die in overeenstemming zijn met de lokale omstandigheden wordt afgeweken kunnen zich problemen voordoen. Er wordt ook een methode voor het bepalen van de morfodynamiek en de morfologische stabiliteit beschreven die is gebaseerd op het vroegere HYDRA (een voorloper van SOBEK).

Referentie: Laseroms (1996): Ecologisch Beekherstel

RIZA (2007): Handboek Hydromorfologie

Dit handboek beschrijft hoe de hydromorfologische monitoring en afleiding kan worden uitgevoerd. Het handboek is bedoeld voor waterbeheerders en overige geïnteresseerden die belast zijn met de hydromorfologische opgave, zowel hydrologen, ecologen, landmeetkundigen als gisspecialisten. Voor elke watertype zijn aparte hydromorfologische parameters opgesteld, die grotendeels zijn afgeleid van de Europese hydromorfologische kwaliteitselementen. Voor het R-type betreft het de parameters: passeerbaarheid barrières (twee subparameters), bereikbaarheid voor vissen, waterstanden, afvoer, stroomsnelheid, mate van vrije afstroming, mate van natuurlijk afvoerpatroon, getijdenkarakteristiek (drie subparameters), grondwaterstand, rivierloop, dwarsprofiel en mate van natuurlijkheid, aanwezigheid van kunstmatige bedding, mate van natuurlijkheid substraatsamenstelling bedding, erosie/sedimentatie structuren, aanwezigheid oeververdediging, landgebruik oever, landgebruik in uiterwaard/beekdal, mate van natuurlijke inundatie en mogelijkheid tot natuurlijke meandering. Elke parameter is uitgewerkt in eenduidige factsheets met voorbeelduitwerkingen van het monitoren, welke gegevens dat oplevert en hoe die kunnen worden vertaald naar parameterwaarden.

Referentie: RIZA (2007): Handboek Hydromorfologie


Verdonschot (2010): Het brede beekdal als klimaatbestendige buffer in de veranderende leefomgeving

Een recent opgesteld raamwerk dat in zekere zin aanlsluit bij het 5-S concept van Beken stromen is het 5-B concept van Verdonschot. Het 5-B concept pleit voor een goede imbedding van beekherstel in de stroomgebieden door middel van beekdalbrede bufferzones. De vijf B's staan voor vijf verschillende zones:

  1. Beek: Het natte deel.
  2. Boszone: de direct langs de beek groeiende inheemse boomsoorten.
  3. Bosschagezone: de overgang van bos- naar bu erzone.
  4. Bufferzone: de eigenlijke buffer tussen de beek en het intensief beheerde land, vaak met korte vegetatie.
  5. Beekflank: alle buiten de buffer gelegen agrarische percelen, verharde zones en/of bebouwde gebieden.

De verschillende zones spelen een verschillende rol ten aanzien van landgebruik, ecologie en hydrogeomorfologie.

Referentie: Verdonschot (2010): Het brede beekdal als klimaatbestendige buffer in de veranderende leefomgeving


Artikelen

Bouwknegt en Gelok (1992): Hydraulische aspecten van beekmeandering

Dit artikel beschrijft de stand van zaken mbt hermeandering (anno 1992) waarbij de nadruk ligt op de toepasbaarheid in de ontwerptechniek voor de waterbeheersing. Aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie worden een aantal kwalitatieve uitspraken gedaan omtrent hermeandering. Geconstateerd wordt dat meanderende rivieren juist in het zwak hellende laagland thuishoren. Meanderende beken zijn dus kenmerkend voor een deel van het nederlandse landschap. Naast begrippen en definities en theoretische grondslagen worden globale formules (vuistregels) voor hermeandering beschreven. Ze zijn vooral bruikbaar als eerste schatting om de meanderpotentie van een beek te beoordelen. Concluderend wordt gesteld dat het van belang is dat er inzicht ontstaat in het proces van hermeanderen. "Met nadruk wordt erop gewezen dat met de berekeningen indicaties en tendezen kunnen worden aangegeven. Een omgevallen boom die de loop verlegt is niet in de modellen mee te nemen."

Referentie: Bouwknegt en Gelok (1992): Hydraulische aspecten van beekmeandering


Bouwknegt en Gelok (1992): Zandtransport bij beekherstel

In dit artikel wordt ingegaan op enkele aspecten van zandtransport in beken, waarbij een relatie wordt gelegd naar beekmeandering. Het artikel is een vervolg op het artikel "Hydraulischa aspecten van beekmeandering (Bouwknegt en Gelok, 1992). Het artikel geeft een overzicht van veelgebruikte zandtransportformules en beschrijft de onzekerheden die ten grondslag liggen aan dergelijke berekeningen. Concluderend wordt gesteld dat plannen voor beekherstel vragen om een zorgvuldige afweging van de doelstellingen die nagestreefd moeten worden. Enige garantie of deze doelstellingen ook gehaald kunnen worden, kan worden verkregen door berekeningen uit te voeren omtrent het meanderen en zandtransport. De berekeningsmogelijkheden zijn ingekaderd in bestaande procedures en maken hierdoor een goede afweging mogelijk tussen de divese belangen die ons dichtbevolkte land gediend moeten worden.

Referentie: Bouwknegt en Gelok (1992): Zandtransport bij beekherstel

Proefschriften

Crossato, A. (2008), Analyse en modellering van meanderende rivieren, proefschrift, TU Delft, 251 pp. PDF.

Wolfert, H. P. (2001), Geomorphological Change and River Rehabilitation — Case Studies on Lowland Fluvial Systems in the Netherlands, proefschrift, Universiteit Utrecht, Alterra Scientific Contributions 5. PDF


Scripties en stageverslagen

van den Houten, G. J (2003), De Buurserbeek, terug naar vroeger — Een watersysteemanalyse en neerslagafvoermodellering met Sobek, van een plateaurandbeek in Oost-Nederland, ter voorbereiding op een effectenstudie van herstelmaatregelen, Afstudeerscriptie Wageningen Universiteit PDF

Neuteboom Spijker (2002), Ruimte voor veerkracht, afstudeerscriptie, van Hall Larenstein. PDF

In deze scriptie wordt, in het kader van de noodzaak om veerkrachtige oppervlaktewatersystemenin stand te houden of te herstellen, onderzocht wat het ruimtebeslag is van meanderende waterlopen. Dit wordt uitgedrukt in termen van de geulbreedte en meanderbreedte. Hiertoe is een consistent stelsel emprische vergelijkingen ontwikkeld, en toegepast op de waterlopen vanWaterschap Veluwe. Uit deze toepassing is gebleken dat onder natuurlijke omstandigheden alleen de meest benedenstroomse 5% van de waterlopen in staat zijn om zich te handhaven; de andere waterlopen zouden verdwijnen. De consequenties van de gewenste veerkrachtstrategie zijn dus groot.

Treurniet (2006), Handleiding bij Hermeandering — Huidige stand van zaken en stap voor stap handleiding bij hermeandering, Stagerapport Universiteit Utrecht / DHV.

van Rijn (2007), Kronkels in Kaart — Hermeandering in Nederland, afstudeerscriptie Rijksuniversiteit Groningen. PDF

Duijvenstijn (2009). Beekherstel Saasvelderbeken — Een onderzoek naar de hydraulische en morfologische effecten van maatregelen ter bevordering van de natuurlijke situatie van de Saasvelderbeken, afstudeerverslag Universiteit Twente / Royal Haskoning. PDF

Jansen (2009), Long term meandering trends in the Groenlose Slinge, the Netherlands, in response to discharge regime and the presence of vegetation, afstudeerscriptie Universiteit Utrecht. PDF

Persoonlijke instellingen