Praktijkervaringen

Uit Wikibeekherstel
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Inleiding

In de afgelopen jaren is er veel ervaring opgedaan met beekherstel. In dit onderdeel van de wiki heeft u de mogelijkheid om praktijkervaringen te beschrijven. Voor een aantal projecten is op basis van interviews een beschrijving gegeven van diverse beekherstelprojecten in een vastgesteld format. De CoP Hermandering beoogt met dit format uniforme praktijkinformatie te vergaren over beekhermeanderingsprojecten om theoretische wetenschappelijke concepten over beek- en rivierherstel te koppelen aan praktijkervaringen. De parameters die hieronder worden gevraagd dienen om de potentiële morfodynamiek vast te stellen. Door deze te vergelijken met de waarnemingen kan de theorie getoetst worden en kunnen modellen eventueel worden bijgesteld om hun toepassingsmogelijkheden voor de planning van beekhermeanderingsprojecten in Nederland te vergroten. In onderstaande klikbare kaart zijn de locaties weergegeven van herstelprojecten die inmiddels in de wiki zijn beschreven.

Interviews en casestudies

Samenvatting van de resultaten van de interviews

Vormen van hermeandering

Hermeanderen wordt op verschillende manieren vormgegeven. Binnen de set van cases die in de interviews aan de orde zijn geweest worden de onderstaande vier typen hermeanderen genoemd.

Natuurlijke hermeandering 
Bij natuurlijke hermeandering worden geen nieuwe meanders gegraven of oude afgesneden meanders aangetakt, maar worden in een rechte loop zodanige condities geschapen dat de beek zelf een meanderende loop kan aannemen. Maatregelen daarbij kunnen zijn: het kaal maken van de oevers, het versmallen en/of verondiepen van het profiel, het aanbrengen van obstakels (bijv. hout) in de bedding, het omtrekken van bomen in de oeverzone, etc.
Volledige hermeandering 
Volledige hermenadering omvat het graven van een volledig nieuwe beekloop, of het aansluiten van oude meanders of een combinatie van beiden, waarbij de oude genormaliseerde bedding volledig wordt gedempt. Alle afvoer gaat door de hermeanderde nieuwe loop.
Gedeeltelijke hermeandering (bypass) 
Bij gedeeltelijke hermeandering blijft de oude loop geheel of gedeeltelijk intact. Deze vorm van hermeanderen kent vele varianten. De meest beperkte variant is het boven- en benedenstrooms aankoppelen van een oude afgesneden meanderbocht zonder drempel in de hoofdstroom ter hoogte van het instroompunt. De meest vergaande vorm is de aanleg van een serie aansluitende meanderbochten, waarbij de oude genormaliseerde loop als een groene rivier in het landschap achterblijft en alleen meestroomt bij maatgevende afvoeren.
Stuwpasserende hermeandering 
Bij deze vorm van hermeandering wordt het verval over een stuw benut om een morfodynamische beekloop te realiseren. Deze vorm van hermeandering wordt vaak toegepast om een natuurlijke vispassage bij een stuw te realiseren.


Samenvatting van de resultaten

In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de interviews samengevat. De meeste in de interviews besproken beken behoren tot het type R5, een langzaam stromende midden-/benedenloop op zand. Bij de Regge en de Tungelroysebeek vallen ook delen van de bovenlopen binnen het project. De Hooge Raam is een snelstromende beek op zand (R14). In het merendeel van de projecten blijft de oude genormaliseerde bedding functioneel als bypass. Hermeandering wordt in alle gevallen gecombineerd met het verwijderen van stuwen of de aanleg van vispassages. De effecten van de maatregelen op ecomorfologisch herstel is wisselend. In projecten waarbij volledige hermeandering is toegepast, de bypass alleen bij maatgevend hoogwater functioneert of een stuwpasserende nevengeul is aangelegd, is sprake van verbetering van de stromingscondities en een toename van de morfodynamiek. In de andere gevallen zijn weinig tot geen effecten waargenomen. De indruk bestaat dat het ecologisch herstel in veel projecten achterblijft ten opzichte van de doelstellingen en/of verwachtingen. Vaak zijn er onvoldoende gegevens beschikbaar om het ecologisch herstel gedetailleerd te kunnen beoordelen. Voor enkele projecten was het nog te vroeg voor ecologisch herstel. Hermeandering heeft een, soms onverwacht, positief effect op de recreatie. Projecten worden gewaardeerd door wandelaars en fietsers en hebben een zekere aantrekkingskracht op de omwonenden. Bij een deel van de projecten zou hierop beter ingespeeld kunnen worden.


Leerervaringen

  • Morfologische ontwikkeling en stroomsnelheden zijn altijd anders dan verwacht/berekend: onzekerheden blijven bestaan ondanks modelleren.
  • Ruimte in het ontwerp inbouwen om effecten van profielaanpassingen en veranderingen in Q/H op te vangen.
  • Soms zijn technische oplossingen mogelijk voor het oplossen van knelpunten (bijv. ontwikkeling innovatieve vispassages, lunkers, e.d.).
  • Binnen knellende randvoorwaarden zijn toch leuke resultaten te bereiken.

Kennisbehoefte

  • Praktische vuistregels en conceptuele modellen morfodynamiek en sedimentatie in de ontwerpfase.
  • Academische morfologische kennis vertalen naar praktische kennis voor de beheerders (organisatiebreed).
  • Concepten om morfodynamische ontwikkeling in de tijd (na projectuitvoering) te voorspellen.
  • Kennis om ecologische respons op herstelmaatregelen te voorspellen.
  • Kennis over vegetatieontwikkeling in de geul en op de inundatievlakte in relatie tot de doelen en de randvoorwaarden. Hoe het beheer hierop af te stemmen?
  • Ontwikkelen van goede referenties voor Nederlandse beeksystemen. In hoeverre speelde actieve meandering in de beekhistorie een rol?

Strategieën

  • Bouw ruimte in je ontwerp in voor onverwachte ontwikkelingen.
  • Los de wateropgave niet op in de beekloop zelf, maar gebruik daarvoor de overstromingsvlakte.
  • Formuleer brede doelen op systeemniveau.
  • Laat de beek zelf het ’werk’ doen (na een eerste aanzet).
  • Wees pragmatisch bij grondverwerving; draagvlak is belangrijker.
  • Ontwikkel verschillende ontwerpvarianten voor bestuurlijk draagvlak.
Persoonlijke instellingen